Zo af en toe zie je een film die je een paar dagen bijblijft. Die das gewisse Etwas heeft dat het moment van kijken overstijgt. Sirát (van Oliver Laxe, en nu in de bioscoop) is zo’n film. De een vindt ‘m leeg, de ander heeft het over een diep spirituele ervaring. Wat ons betreft is het – om het maar eens op zijn Rob Jettens te zeggen – de vibe die het ‘m doet. Het verhaal, over een man die wanhopig zijn dochter zoekt en zich aansluit bij een stel ravers op zoek naar een volgende party in de Westelijke Sahara – en dat in een nabije, dystopische toekomst – is wat dunnetjes.
Maar die vibe dus. De film is opgenomen in de kurkdroge, oker-roze-rode Marokkaanse woestijn (meer steen dan zand); een even schitterend als ongenaakbaar landschap. De Berlijnse muzikant Kangding Ray creëerde daarbij een duister soort abstracte, gruizige, voortbonkende techno die gaandeweg het verhaal steeds ijler wordt. Het is die combinatie van hallucinante scenery en bezwerende soundtrack waarvoor je deze film op een groot scherm en met een flink volume moet ondergaan. Sirát is een trip.
nb De openingscène deed ons met zijn muur van speakers in de volle zon (zie foto bovenaan) denken aan Pink Floyd at Pompeii. Daar was geen publiek bij, in Sirát is er geen band.

