zeg ken jij de maskerman?

Over de tientallen Afrikaanse maskers die onderdeel zijn van onze aanstaande expositie Maskerade valt van alles te vertellen. Dat ze afkomstig zijn van het Lega-volk in Oost-Congo. Dat ze met behulp van eenvoudig gereedschap uit hout zijn gehakt of gesneden. Dat ze uitingen zijn van religieuze of sociale symboliek en daarmee in een eeuwenoude traditie staan. Wat we echter níet weten zijn de namen van de ambachtslieden die de maskers hebben gemaakt. Het voelt een beetje scheef om in de Kunsttraject-etalages de namen van ‘onze’ kunstenaars te vermelden terwijl de vele makers van de Afrikaanse maskers anoniem blijven. In onze geïndividualiseerde samenleving hechten we nu eenmaal aan credits; in de meer communale cultuur van de Afrikaanse binnenlanden heeft men doorgaans wel wat anders aan zijn of haar hoofd. Bovendien: het betreft hier geen autonome kunstwerken maar gebruiksvoorwerpen, bedoeld om in te zetten bij rituelen, festiviteiten en andere meer of minder dagelijkse activiteiten. Welbeschouwd zijn ze dus eerder design dan kunst.

Over Klaas de Jonge, uit wiens collectie we de maskers in bruikleen hebben, weten we wél het één en ander. De Jonge is een levende legende met meer Afrikaanse avonturen op zijn naam dan Kuifje en Johnny Weismüller bij elkaar. Als antropoloog raakte hij begin jaren ‘80 in Mozambique verzeild en kwam daar in contact met kopstukken van het ANC, toen nog een ondergrondse organisatie. Hij sloot zich bij hen aan en begon wapens naar Zuid-Afrika te smokkelen. Werd daarbij betrapt door de Zuid-Afrikaanse politie, wist te ontkomen naar de Nederlandse ambassade in Pretoria en zat daar – als een Julian Assange avant la lettre – twee jaar en twee maanden vast. Vormde zo de aanleiding voor een flinke diplomatieke rel. Eenmaal vrij stond hij nog jarenlang hoog op de hit list van de Zuid-Afrikaanse geheime dienst; een aanslag kostte hem het zicht in één oog. Nadat de apartheidspolitiek ten einde was gekomen deed Klaas onder meer onderzoekswerk voor de Zuid-Afrikaanse waarheidscommissie. Weer later werkte hij mee aan de voorbereidingen van de berechting van de talloze oorlogsmisdadigers na de genocide in Rwanda. Het was daar dat hij – bij wijze van mentaal tegenwicht voor de vele gruwelen die hij moest optekenen – begon met het verzamelen van Afrikaanse kunst, een ‘hobby’ die ontaarde in een collectie van vele duizenden sculpturen, maskers, amuletten en andere rituele voorwerpen. Een groot deel daarvan schonk hij aan een Pools etnografisch museum, de rest staat opgeborgen in de handgemaakte blauwe kisten waarin e.e.a. ooit naar Nederland is gekomen. En een fractie dáár weer van is vanaf a.s. vrijdag te zien in de Staatsliedenbuurt. Klaas de Jonge wordt deze week 80 jaar. Dat geeft de opening van Maskerade, waar hij bij aanwezig zal zijn, een extra feestelijk tintje.

PS Klaas’ maskers in de tentoonstelling zijn te koop: geïnteresseerden kunnen zich bij ons melden.