rondom het rijks

De tuinen rondom het Rijksmuseum zijn als een klein, relatief rustig stukje Parijs middenin pretpark De Efteling Amsterdam. Elke zomer is er een sculpturententoonstelling met werken-van-formaat, dit keer van de Spaans-Baskische beeldhouwer Eduardo Chillida (1924-2002). Diens uiterst massieve gietijzeren beelden verraden zijn achtergrond als architect: bouwkundige basiselementen als poorten, deuren en tafels zijn weliswaar geabstraheerd maar makkelijk te herkennen. De roestbruine staalconstructies ogen ongenaakbaar en onverzettelijk (letterlijk, elk beeld weegt vele tonnen) maar ook uitnodigend en eh… humaan. Dat laatste zit ‘m in de prettig eenvoudige vormentaal én in het tactiele aspect: het robuuste staal heeft een huid die zo zacht voelt als fluweel. Fijn werk, en goudeerlijk bovendien.

Een stukje verderop, in de vijver van het veel drukkere Museumplein, staat een eveneens tijdelijke sculptuur van een nog jonge Nederlandse kunstenaar. Het betreft een liefst elf meter hoog ‘zelfportret’ als astronaut, balancerend op een Van Gogh-stoel en met een Van Gogh-vaas in de hand. Het witte geval doet het an sich niet slecht tegen de blauwe lucht. Nu vinden wij dat je Kunst en Kunstenaar zoveel mogelijk moet scheiden en dus de appreciatie van een kunstwerk niet moet laten afhangen van wie het heeft gemaakt, maar dat is in dit geval niet eenvoudig: über-gladjanus Joseph Klibansky had zijn naam onmogelijk nóg groter en nóg vaker op zijn sokkel kunnen aanbrengen.