blauw/groen

Achter de twee contrabassisten staan flesjes water op de vloer, maar met zo’n log instrument in de handen is het ondoenlijk om die te pakken. Die hebben ze dan ook niet nodig, want er wordt niet of nauwelijks fysieke inspanning van hen gevraagd tijdens de anderhalf uur durende geluidperformance Blue(s) In Green To The 31 Limit. Dit microtonale stuk (geen ‘muziek’ maar ‘toonkunst’) van Catherine Christer Hennix werd gisteravond in het groenverlichte auditorium van het Stedelijk Museum uitgevoerd door genoemde bassisten, een trombonist en twee mensen, waaronder de componiste zelf, aan de computer. Het werk omhelst één lange, ononderbroken drone van enkele opeengestapelde lagen elektronisch geluid waaroverheen zo nu en dan langgerekte strijk- en/of blaasgeluiden aanzwellen en weer wegsterven. Het geluid is statisch, monolithisch op het claustrofobische af – noem het ‘prettig onprettig’ – en donker. Van melodie, ritme of spanningsboog is geen enkele sprake; het stuk begint gewoon ergens (of is het al bezig als we binnenkomen?) en houdt ook gewoon ergens weer op. Eventuele ‘details’ zitten in de trage, soms maar nét hoorbare verschuivingen in toon, volume en ‘massa’. Een tijdje werkt dat extreme minimalisme aardig meditatief en vormt Blue(s) In Green een abstract klanktapijt waarop het prettig zweven is, maar na pakweg een uur is dat effect danig weggeëbd. Gaandeweg wordt de zaal onrustiger: de mensen die vóór ons op kussens liggen veranderen wat vaker van houding; hier en daar licht een gezicht op in het flauwe schijnsel van een telefoon. De bezwering is verbroken.

Foto: Lucio Fontana – Fonti di Energia, lichtinstallatie (detail)