bang voor rood, geel en blauw

Komende maand precies dertig jaar geleden betrad de schizofrene Gerard Jan van B. de erezaal van het Stedelijk Museum om daar met een stanleymes een metersbreed schilderij te lijf te gaan. Dat schilderij, Barnett Newmans Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue III, verbeeldde geen blote nimfen maar daagde de kijker uit met een gigantisch monochroom rood vlak, aan weerszijden geflankeerd door een blauwe balk en een streepje geel. Van B. ‘onderbouwde’ zijn daad met een krankzinnig anti-modernistisch manifest. Het schilderij, één van dé iconen van naoorlogse abstracte kunst en op dat moment al een paar miljoen dollar waard, was op sterven na dood maar vond zijn definitieve einde in de werkplaats van de Amerikaanse restaurateur Daniel Goldreyer, die er met een verfroller een laag ‘kozijnenverf’ overheen zette. Daarop volgden een rel, een rechtszaak, een schikking (om erger te voorkomen) en toen verdween het schilderij – of wat ervan over was – in het depot van het Stedelijk. Deze week ging The End Of Fear in première: een onderhoudende, bij tijd en wijle verbijsterende documentaire over de hele gang van zaken. Regisseuse Barbara Visser haalt van alles uit de kast om het verhaal visueel aan te kleden en meestal pakt dat goed uit, Om de tijdlijn op de vloer aan te geven met tape zo geel en breed als de streep op Who’s Afraid, is een goede vondst. Daarentegen voelt de verhaallijn met de levensgrote reproductie van het vermoorde werk wat overbodig aan. Onthullend zijn de grofkorrelige videobeelden uit Goldreyers atelier, waarin te zien is dat er doodleuk over Newmans doek wordt gelopen. Onbedoeld hilarisch zijn de brieven die het Stedelijk ontvangt naar aanleiding van de affaire, en waarin de afzenders onverbloemd hun waardering uitspreken voor de destructieve actie van Van B. – want “Rubens, dát is pas kunst!” Thierry Baudet zou instemmend hebben geknikt.