maskerade

vrijdag 8 september t/m vrijdag 10 november 2017 | in elf etalages van Stichting Kunsttraject in de Staatsliedenbuurt, Amsterdam-West | Toegang gratis | op verzoek van en in samenwerking met Stichting Kunsttraject

deelnemende kunstenaars: Carin Baeten | Paul Bogaers | Serge Game | Hoax | Guda Koster | Carmen Schabracq | Charlotte Schleiffert

Maskerade is een tentoonstelling met hedendaagse kunstwerken van zeven in Nederland wonende en/of werkende kunstenaars die zich laten beïnvloeden door de visuele en/of symbolische eigenschappen van traditionele, niet-westerse maskers en/of ‘maskeren’ in bredere zin. De werken, uitgevoerd in verschillende disciplines (tekeningen, fotografie, sculpturen, beelden van textiel en posters), worden gecombineerd met een aantal authentieke Afrikaanse maskers uit de collectie van antropoloog Klaas de Jonge. Kunstwerken en maskers gaan – dwars door alle verschillen in tijd, continent, cultuur en inhoud heen – een visuele relatie met elkaar aan.

Het Latijnse woord persona betekent masker. Het woord ‘persoon’ is hiervan afgeleid, en betreft de bepaling van het zelf ten aanzien van de ander. Dat is een paradox: maskers worden immers gedragen om voor enige tijd, deels of helemaal, een ander (mens, dier of geest) te zijn – en daarmee de eigen persoon (deels) te verhullen. Actievoerders, verzetsstrijders, vechters van onderop zijn vanwege mogelijke represailles gebaat bij anonimiteit; het dragen van een masker verhult samen met de identiteit ook de menselijke zwakheden van zo’n strijder (m/v) en verleent een zeker aura van ongrijpbaarheid. Door een iconisch masker te kiezen dat de strijd symboliseert wordt de mythevorming rondom de ‘held’ versterkt, soms in die mate dat die er zélf in gaat geloven en zich ernaar gaat gedragen. In de Westerse (pop-)cultuur zijn Batman en Zorro daar aansprekende voorbeelden van: zonder masker zijn Bruce Wayne en Don Diego ‘watjes’ die nog geen deuk in een pakje boter kunnen slaan. Maskers staan dus voor idealisering, anonimisering, mythologisering en empowerment. Bovendien staan maskers, gezien hun extreem uiteenlopende verschijningsvormen, voor de reikwijdte van de menselijke verbeelding.

Oerbeeld
Vraag een willekeurig iemand hoe een traditioneel Afrikaans masker eruit ziet en het antwoord is in 99% van de gevallen hetzelfde: dat zijn ruwhouten koppen in een rudimentaire vormentaal gebaseerd op mensen, dieren of fantasiewezens. Soms voorzien van ritmische patronen, met een rieten haardos en /of met een boel spijkers (voodoo!) erin geslagen. Dit ‘oerbeeld’ mag dan inmiddels een cliché zijn (de variatie is enorm), het refereert nog steeds aan basale gevoelens voor schoonheid en van ontzag: vrijwel iedereen vindt die traditionele Afrikaanse maskers mooi, en menigeen is er zelfs een beetje bang voor.

‘Cultural appropriation’
Met Maskerade tonen we de visuele kracht van traditionele Afrikaanse kunst en hoe die westerse, en dus ook Nederlandse, kunst en kunstenaars blijft beïnvloeden. De kunstenaars die we hebben geselecteerd kijken ‘over de grens’, vinden daar hun inspiratie en gaan er vervolgens respectvol mee om. Desondanks realiseren we ons dat er aan Maskerade aspecten zouden kunnen zitten die raken aan cultural appropriation (culturele toe-eigening), een thema waar steeds meer discussie over is – een discussie echter waar de etalages van Kunsttraject, stuk voor stuk nogal bescheiden en verspreid liggend over een ‘gewone’ woonbuurt, niet het geschikte platform voor zijn.

Toen in 1980 de elpee My Life in the Bush Of Ghosts van Brian Eno & David Byrne verscheen werd ook hén culturele toe-eigening verweten. Maar diezelfde plaat was voor ons, en met ons velen, aanleiding om ook eens naar échte Arabische en Afrikaanse muziek te gaan luisteren. Daarmee ging een wereld voor ons open. Dus wie weet verdiepen bewoners van de Staatsliedenbuurt zich n.a.v. Maskerade wat meer in Afrikaanse kunst of gaan ze ook eens naar een roots-concert in de Melkweg… Bestaande machtsverhoudingen zullen er niet door worden doorbroken maar als we met het getoonde naast esthetisch genoegen ook nieuwsgierigheid naar (en daarmee begrip voor) ‘het vreemde’ opwekken, dan is onze missie meer dan geslaagd.

Collectie Klaas de Jonge
Antropoloog en voormalige ANC-activist Klaas de Jonge verbleef van eind 1997 tot 2010 in Centraal Afrika (Rwanda, Burundi en Oostelijk Congo.) Daar werkte hij ondermeer in het gevangeniswezen en hield hij zich bezig met het helpen oplossen van lokale conflicten. Als een soort tegenwicht voor de heftige ontmoetingen met slachtoffers en daders van extreem geweld begon hij fanatiek Afrikaanse kunstvoorwerpen te verzamelen, met name van het Congolese volk de Lega. De verkopers van de voorwerpen vertelden hem daarover de prachtigste verhalen. In samenlevingen zonder schrift, leerboekjes en vastgelegde geschiedenis wordt dit soort kunstobjecten gebruikt om allerlei sociale kwesties bespreekbaar te maken. Andere objecten verwijzen naar voorouders of worden ingezet bij allerlei initiatierituelen. Het zijn gebruiksvoorwerpen, waarvan de betekenis vele malen belangrijker wordt gevonden dan door welke kunstenaars en ambachtslieden ze zijn gemaakt: de makers blijven vrijwel altijd anoniem.

Met dank aan: Gemeente Amsterdam stadsdeel West, Amsterdams Fonds voor de Kunst, woningstichting Rochdale, woningcorporatie Ymere