lichtjaren

4 oktober t/m 6 december 2015 | woensdag, zaterdag en zondag van 13.00 tot 17.00 uur | Kunstfort bij Vijfhuizen, Fortwachter 1, Vijfhuizen | In opdracht van en in samenwerking met Kunstfort bij Vijfhuizen

Lichtjaren toonde meer dan vijftien lichtkunstwerken. Een aantal historische lichtobjecten van lichtkunstpioniers uit de jaren ‘60, ‘70 en ‘80 werd op vrij intuïtieve wijze gecombineerd met lichtinstallaties en –sculpturen uit de periode erna – tot heel recent aan toe. Kleinere objecten werden afgewisseld met grotere, soms ruimtevullende installaties.

Lichtjaren was een tentoonstelling die zowat een halve eeuw overbrugt. In die tijd is lichtkunst van Spielerei uitgegroeid tot een volwassen kunstvorm. De expositie had niet de pretentie om een compleet overzicht te geven van wat er allemaal mogelijk was en is binnen lichtkunst. Wel was het een afgerond geheel, in die zin dat er duidelijke contrasten zowel als dwarsverbanden te ontdekken waren tussen de oudere en de nieuwere kunstwerken: soms zaten die contrasten en dwarsverbanden in de gebruikte technieken, soms in de visuele ‘opbrengsten’. Het was aan de bezoeker om die verschillen en overeenkomsten te ervaren in een speelse tentoonstelling die op de eerste plaats draaide om visuele en esthetische kwaliteit.


François Morellet

Door de kunstwerken op een nadrukkelijk niet-chronologische manier te presenteren vulden sommigen elkaar aan en gingen anderen met elkaar in dialoog en/of de confrontatie met elkaar aan. De oudere kunstwerken werden door de verbinding met het heden van een nieuwe actualiteit voorzien; de recentere werken werden daarentegen juist in een historische context geplaatst. Lichtjaren wilde echter geen geschiedenisles zijn: kijkplezier stond voorop.

De oudere lichtobjecten zijn geselecteerd uit de collectie van het voormalige Eindhovense Centrum Kunstlicht in de Kunst, het enige lichtmuseum ooit op Nederlandse bodem.

Met werk van:
Mariska de Groot | Joseph vd Horst | Eunkyoung Hwang | Albert In ’t Veld | Coen Kaayk | Peter F. van Loon | Willem Marijs | François Morellet | Matthijs Munnik | Koji Ogura | Hans Schork | Thierry Ysebaert | Margot Zanstra | Peter Zegveld | Johan van Zutphen

Lichtjaren kwam tot stand met steun van: Stroom Den Haag | J.C. Ruigrok Stichting | Prins Bernhard Cultuurfonds Noord-Holland | Gemeente Eindhoven


Peter Zegveld

nb lichtkunst, een korte geschiedenis:
De uitvinding van het elektrische licht aan het eind van de negentiende eeuw heeft onze waarneming en daarmee ons hele leven rigoureus veranderd. Er was opeens geen ondoordringbare nacht meer, de dag werd eindeloos – een nieuw tijdperk brak aan. Het duurde niet lang of ook kunstenaars zagen nieuwe mogelijkheden; stromingen als Futurisme, Constructivisme en Bauhaus hielden zich in de jaren ’20 en ’30 van de twintigste eeuw intensief met licht en lichteffecten bezig.

In de jaren ’60 kwam kunstlicht opnieuw in de belangstelling bij een nieuwe generatie kunstenaars. Amerikaanse pop artists, geïnspireerd door kleurige lichtreclames, gingen met neon aan de slag. Dan Flavin ging nog een stap verder: het licht uit zijn ogenschijnlijk eenvoudige, uit kleurige TL-buizen bestaande sculpturen vulde de hele ruimte eromheen: de beleving van zijn kunstwerken strekte zich daarmee uit tot ver buiten de fysieke objecten zelf. En ook in Europa werd steeds meer met licht(-effecten) geëxperimenteerd, zoals door Otto Piene en Heinz Mack van de Duitse kunstenaarsgroep ZERO.

In de jaren ’70 ging het verschillende kanten op met het artistieke gebruik van kunstlicht: kunstenaars als Bruce Nauman, Mario Merz, James Turrell en Keith Sonnier werkten ermee binnen uiteenlopende stromingen zoals Arte Povera en conceptuele kunst. Ondermeer de Duitser Hans Schork en de Nederlander Johan Van Zutphen onderzochten de optische mogelijkheden van licht (-effecten) in twee- en driedimensionale optical art-kunstwerken. Niettemin bleef kunstlicht een vrij beperkt toegepast medium.

Met de uitvinding en toenemende gebruiksvriendelijkheid van led-en laserlicht aan het begin van de 21ste eeuw, en de ongekende mogelijkheden die de digitalisering bood, ontstond er een ware new wave van lichtkunstenaars. Niet zelden hadden deze kunstenaars raakvlakken met de electronische muziek-scene. Dankzij de nieuwe technieken werden lichtkunstwerken steeds monumentaler: de IJslander Olafur Eliasson combineerde een grootschalige aanpak met een filosofische benadering en kwam zo tot één van de meest spectaculaire (en meest bekeken) lichtkunstwerken ooit: The Weather Project in de Londense Turbine Hall.

Anno nu is lichtkunst, en met name de interactieve variant ervan, ongekend populair: steeds meer steden zien het als een marketing tool en investeren veel geld in groots opgezette en steeds bombastischer lichtkunstfestivals, waar soms een publiek van honderdduizenden op af komt. Deze democratisering heeft met Grote Kunst meestal niet veel van doen (en het is maar de vraag hoe lang deze hype stand houdt) maar geen mens kan nog ontkennen dat lichtkunst als een volwaardige stroming op de kunstkaart is komen te staan.